Metadata
Title
Hoe een oud TU-gebouw de hoofdrol kreeg in Kader Abdolahs nieuwste boek
Category
general
UUID
e1a9d432d65e4027be909fc98bada488
Source URL
https://delta.tudelft.nl/article/hoe-een-oud-tu-gebouw-de-hoofdrol-kreeg-in-kade...
Parent URL
https://delta.tudelft.nl/buiten-de-campus
Crawl Time
2026-03-11T05:28:07+00:00
Rendered Raw Markdown

Hoe een oud TU-gebouw de hoofdrol kreeg in Kader Abdolahs nieuwste boek

Source: https://delta.tudelft.nl/article/hoe-een-oud-tu-gebouw-de-hoofdrol-kreeg-in-kader-abdolahs-nieuwste-boek Parent: https://delta.tudelft.nl/buiten-de-campus

Share

LinkedIn Bluesky Email Kopieer link

Fietsend over de Oostsingel valt je oog er vanzelf op. Het imposante gebouw aan het Oostplantsoen aan de overkant van de Schie imponeert, met zijn 85 meter breedte, de opvallende witte gevel, glas-in-lood en hoge ramen. Een plaquette links van de ingang herinnert aan de hier begonnen studentenstaking in november 1940, toen het pand dienstdeed als TU-faculteit.

In Kader Abdolahs nieuwste boek Ze vliegen nog altijd over de Schie is dit gebouw het belangrijkste personage, naast de mensen die er wonen. Zoals goudsmid Ernesto, die zich niks kan herinneren van de eerste decennia van zijn leven, schrijfster Rosalie en de Joodse Rayna die in haar appartement stapels knipsels heeft over de Tweede Wereldoorlog.

In zijn nieuwste boek vlecht Kader Abdolah hun verhalen aan elkaar, doorspekt met het magisch realisme dat zijn oeuvre kenmerkt. Ondertussen komt de lezer stukje bij beetje meer te weten over de geschiedenis van het gebouw.

Indrukwekkend oud pand

Het is geen toeval dat juist dit pand het decor is voor Abdolahs eerste boek dat zich helemaal in Nederland afspeelt. Voor dit gebouw stond hij ruim twintig jaar geleden tijdens een wandeling in Delft plotsklaps stil. Zijn roman Het huis van de moskee was zo’n groot succes dat het appartement dat er te koop stond binnen een week van hem was.

Het voormalige TU-gebouw aan het Oostplantsoen in Delft. (Foto: Kim Bakker)

Sindsdien is Abdolah Delftenaar, vertelt de uit Iran afkomstige schrijver in zijn stamcafé aan de Delftse Markt. Hij wil nooit meer weg uit de stad die wat hem betreft Nederland op zijn mooist is. “Ik zie elke dag het huis van Johannes Vermeer en het standbeeld van Hugo de Groot. Zonder dat ik wist ben ik een Delftenaar geworden, ik behoor nu tot deze stad.”

Het is ook de plek waar zijn dochter studeerde aan de TU en waar zij haar man ontmoette – zijn blonde kleinkinderen heeft Abdolah te danken aan de TU Delft, grapt hij. Ook de technische inhoud is hem niet vreemd, van oorsprong is de schrijver natuurkundige.

‘In dit pand woon je in de geschiedenis’

De voormalige TU-faculteit stal zijn hart misschien nog wel meer dan de stad. Al toen hij voor de eerste keer door het marmeren trappenhuis liep, voelde hij: dit is niet zomaar een gebouw. “Ik realiseerde me dat je in dit pand in de geschiedenis woont. In de kunst, in de universiteit. Ik had al zo veel huizen gezien in de stad, maar ik stopte daar. Dat was de plek waar ik moest zijn.”

Het gebouw werd in 1923 neergezet als faculteit voor Weg- en Waterbouwkunde. Architect Gerard van Drecht liet het aansluiten op de toenmalige bibliotheek erachter. In de kelders was ruimte voor een laboratorium van tachtig meter lang. Nadat het nog een tijd gefungeerd had als dependance voor de bibliotheek deed de TU het gebouw in 1997 van de hand, waarna het werd omgebouwd tot appartementencomplex.

Tijd moest rijpen

Abdolah woonde al twintig jaar in het gebouw voor hij dit boek kon schrijven. “Zo’n vijf jaar terug probeerde ik het voor het eerst, maar dat lukte niet. Ik heb het daarna nog meermaals geprobeerd, maar telkens strandde ik na honderd pagina’s. De tijd was nog niet rijp.”

Dat er tijd overheen moet gaan is bijna een stelregel, denkt hij. “Het geldt voor alle historische verhalen. Na de Tweede Wereldoorlog duurde het twintig jaar voordat de eerste romans verschenen. De eerste generatie kan dat niet beschrijven. Er moet een tweede of derde generatie komen met voldoende afstand.”

Abdolah is geen schrijver die met een volledig vooropgezet plan begint aan een nieuw boek – nee, het moet tót hem komen, waarna het verhaal zich organisch voor zijn neus uitvouwt. Dat gebeurde toen er op een avond een vrouw met een baby voor zijn deur stond. “Zij leidde mij het verhaal in”, zegt hij. “Ik had haar nodig.” De twee verdwenen weer uit zijn leven, maar voor Abdolah waren zij het laatste zetje.

‘Ik hoefde het alleen maar op te schrijven’

Die vrouw met kind komt terug in zijn boek, zoals het hele verhaal bijna zichzelf bedacht, zonder dat Abdolah dat naar eigen zeggen veel hoefde te leiden. “Ik heb het er niet uit hoeven halen. Het verhaal dwong zich tot mij – ik hoefde het alleen maar op te schrijven.”

Aan een markant moment uit dat historische verhaal van het gebouw herinnert een plakkaat aan de gevel, links van de ingang. Dat ontging Abdolah in het begin, zoals zovelen. “Je kijkt eroverheen. Maar op een gegeven moment valt je oog erop en ga je je afvragen wat er destijds precies gebeurd is.”

Het plaquette op de gevel dat herinnert aan de studentenstaking. (Foto: Kim Bakker)

Dat ontdekte Abdolah door in oude boeken en knipsels te duiken. Hij kwam erachter dat zijn appartementengebouw in november 1940 het decor geweest was van een allesbepalend moment in de oorlogsgeschiedenis van de TU Delft. Dit is de plek waar hoogleraar Josephus Jitta op die dag zijn laatste college zou geven, voor hij ontslagen zou worden vanwege zijn Joodse afkomst.

Oproepen tot staking

Circa vijfhonderd studenten hadden zich in het gebouw verzameld om hem een hart onder de riem te steken. Maar Jitta kwam niet, waarop student Frans van Hasselt, die zich al had aangesloten bij het verzet, op de marmeren trap ging staan en opriep tot een staking. Als eersten in het land legden de Delftse studenten hun werk neer.

In Ze vliegen nog altijd over de Schie schrijft Abdolah voor het eerst over de Tweede Wereldoorlog, een onderwerp dat bij uitstek niet Iraans, maar Nederlands is. Ook dat had tijd nodig, als Iraniër die pas in zijn dertiger jaren naar Nederland vluchtte. Hij moest de Nederlandse cultuur doorgronden. “Ik wilde dat het opschrijven van gesprekken tussen Nederlanders net zo natuurlijk zou voelen als wanneer ik gesprekken opschrijf uit de Perzische cultuur. In dit boek is dat gebeurd.”

Keerpunt in zijn oeuvre

Zelf noemt Abdolah zijn nieuwste werk een keerpunt in zijn oeuvre. “In al mijn boeken is mijn verleden heel erg aanwezig. Dit boek breekt daarmee.” Al is hoofdpersoon Ernesto niet van Nederlandse afkomst en leidt hij aan geheugenverlies. Wel wordt duidelijk dat hij gevlucht is en veel rondzwierf voor hij in Delft belandde. Lijkt Ernesto ondanks zijn geheugenverlies misschien toch op zijn geestelijk vader?

Abdolah, lachend: “Toen ik tegen mijn redacteur zei dat dit boek niet over mijn vluchtelingenverleden ging, zei ze: houd toch op, alles zit erin. En dat is ook wel zo. Maar het is een andere benadering. Anders dan in mijn andere boeken is het een gegeven. Het staat niet op de voorgrond. Misschien is dat het keerpunt.”

Kader Abdolah – Ze vliegen nog altijd over de Schie (Prometheus Amsterdam. 2025)

Kader Abdolah (1954) is een Perzisch-Nederlandse schrijver, dichter en columnist, geboren in Iran. De naam Kader Abdolah is niet zijn echte naam, maar een samentrekking van twee namen van onder het Iraanse regime gedode vrienden. Abdolah vluchtte in de jaren tachtig vanuit Iran naar Nederland, omdat het er vanwege zijn verzet tegen het regime niet veilig was. Abdolah leerde Nederlands en begon in die taal te schrijven. Daarna schreef hij nog tientallen werken, waaronder Het huis van de moskee (2005) en Spijkerschrift (2000). Abdolah woont in Delft. Ze vliegen nog altijd over de Schieis zijn nieuwste roman.

Wetenschapsredacteur Kim Bakker

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

k.bakker@tudelft.nl

Lees meer

Zij werd ontslagen omdat ze Joods was en vergiftigde zichzelf in Westerbork

2 mei 2025

Delftse studenten staking tegen nazi’s herdacht

24 november 2020

Speurtocht langs het verleden

10 januari 2017

Comments are closed.